carlabernard.reismee.nl

Einde van de reis

Zondag, 19 december 2011, zonnig, 30

 

We hebben nog even de laatste uurtjes bij het zwembad doorgebracht voordat we werden opgehaald om naar de luchthaven gebracht te worden. De weg naar de luchthaven werd grotendeels omgegeven door luxe hagelnieuwe hotels. De chauffeur vertelde dat er binnen 4 jaar een nieuwe grote internationale luchthaven zal verschijnen. Het wordt dan mogelijk om zonder tussenstops vanuit Europa en Amerika naar Siem Reap te vliegen. We hadden een rustige vlucht naar Kuala Lumpur. Daar moeten we 8 uur wachten op de laatste vlucht naar Amsterdam.

 

We hebben genoten van deze reis. We hebben een maand lang van een totaal andere cultuur kunnen genieten. De vriendelijkheid van de mensen viel op, behalve in het verkeer. Daar gaat echt ieder zijn eigen gang. Zowel Vietnam als Cambodja zijn erg veilige landen om door heen te reizen. Het weer zat niet altijd even mee. Zeker in het midden gedeelte hebben we veel regen gehad maar dat heeft het programma niet in de war gebracht. Vietnam is ruim 2400 kilometer lang en heeft daarom verschillende klimaten en regenperiodes. Het reizen met een privé chauffeur en soms een gids was erg leuk. We moeten er niet aan denken om hier zelf te moeten rijden. De afwisseling tussen natuur en cultuur was goed. We kunnen alleen maar lof uitspreken over Van Verre, het reisbureau die dit programma voor ons in elkaar gezet heeft.

De grootste verrassing was toch wel de zeer smakelijke keuken. We hebben steeds de lokale gerechten gegeten en dat beviel ons prima.

 

We willen jullie bedanken voor de vele reacties die we mochten ontvangen. We wensen iedereen prettige feestdagen en een gezond en gelukkig 2012 .

 

Tot de volgende reis.

Laatste dag Siem Reap

Zaterdag, 17 december 2011, zonnig, 32

 

Op onze laatste vakantiedag hebben we lekker geluierd bij het zwembad. Het was een prachtige dag met een strak blauwe lucht. Pas in de middag kwamen er enkele wolkjes binnen drijven. We hebben een tuk-tuk opgezocht om buiten de stad een zonsondergang te kunnen bekijken. We konden niet naar de plaats van gisteren omdat je daarvoor weer een dagkaart voor de tempels nodig hebt. We reden in westelijke richting. Net buiten het centrum was er van een weg nog nauwelijks sprake. We reden over rode klei die nat was gespoten om het stof tegen te gaan. Er waren alleen maar hutjes.

 

 

 

Het is schrijnend om te zien dat richting Angkor Wat er verzorgd en schoon uitziet en zodra je maar even een andere kant op rijdt je ziet hoe de mensen werkelijk leven. De chauffeur had er goed de gang in want hij wilde op tijd zijn voor de zonsondergang. We reden het laatste stuk door rijstvelden. Deze hadden met de laatste overstroming helemaal onder water gestaan. We reden naar een haventje. Daar konden we op een boot stappen om de zonsondergang vanaf het water te bekijken. Dat kostte dan wel $ 40. We hebben hiervoor gepast en hebben in het dorp een plekje opgezocht om de zon onder te zien gaan.

 

Het was inderdaad een stuk fraaier gezicht als gisteren, ook al waren er nu ook weer kleine wolkjes rond het gebied waar de zon de aarde raakte. We hebben toch mooie foto’s kunnen maken met dank aan de plaatselijke vissers.

 

 

 

We reden in een stuk rustiger tempo terug. Voordat we weer in Siem Reap terug waren was het donker.

 

We hebben gedineerd en zijn daarna de night market nog een keer opgelopen. Daar hebben we een voetmassage laten doen. Voet dekte niet helemaal de lading want zowel de voeten, benen, armen, schouders en rug werden stevig onderhanden genomen maar het voelde wel erg plezierig en ontspannend.

 

 

Hierna zijn we teruggegaan naar het hotel om voor de laatste keer de koffers in te pakken en te kijken of alles past voor de terugreis.

Angkor Wat

Vrijdag, 16 december 2011, zonnig, 30

 

We reden vanaf het hotel met de gids in onze ‘ eigen’ tuk-tuk naar het Angkor tempelcomplex. Dat ligt 3 kilometer buiten Siem Reap en bevat meer dan 200 tempels. We gaan er enkele bezoeken. Het is gebouwd in de periode van 900 -1200 toen het Cambodjaanse rijk erg machtig en groot was. Grote delen van het huidige Thailand, Laos en Vietnam hoorden toen bij het Khmer rijk. Elke koning liet enkele tempels bouwen, vaak om een Hindoeïstische god te eren of als mausoleum voor zich zelf. Bij de toegang werd eerst een kaartje aangemaakt met daarop onze pasfoto. Bij elke tempel stonden bewakers om de geldigheid van deze persoonlijke kaart te controleren.

 

We reden eerst naar Angkor Thom. Angkor betekent stad en Thom groot. Dat is dan ook van toepassing op deze tempel. Hij is geheel ommuurd en voorzien van een gracht, de zijde van het vierkant zijn steeds drie kilometer. De muur heeft vijf poorten als ingang. De oostelijke zijde heeft twee uitgangen. Een voor de overwinning en de tweede wordt weer  alleen gebruikt voor de doden. Boven op elke toren staan in elke windrichting gezichten die de goede eigenschappen van de koning weergeven. Voor de poort liggen aan beide zijden slangen. De ene kant van de weg worden deze getrokken door goden en aan de andere zijde door demonen. De gezamenlijke inspanning van het trekken aan de slang heeft als symboliek dat de tempel in het midden zal gaan draaien en er dan heilig water uit de aarde zal komen. Iedereen die daar in baadt wordt onsterfelijk.

 

 

In het midden ligt Bayon. De tempel werd gebruikt om te mediteren en bestond uit drie verdiepingen.

 

Alle wanden zijn schitterend versierd. De tempel is ooit als Hindoe tempel begonnen, later zijn de belangrijkste hindoe versieringen verwijderd en is het een Boeddhistische tempel geworden. De tweede laag wordt gekarakteriseerd door grote gezichten. 

 

 

 

 

Om te voorkomen dat de trappen nog verder afkalven zijn hier houten trappen overheen geplaatst. Met behulp van buitenlandse investeerders wordt de tempel verder gerenoveerd. Het blijft verbazingwekkend hoe men zonder gereedschap en enkel olifanten en mensenkracht tot dergelijke bouwwerken heeft kunnen komen.

De volgende tempel was Baphuon. Deze massieve tempel bestaat ook uit drie verdiepingen maar alleen de top kan met een steile trap bezocht worden. Aan een van de zijde is een grote liggende Boeddha in het gesteente afgebeeld.

 

 

 

We liepen door naar Phimeanakas, dat dienst heeft gedaan als koninklijke tempel. Het verhaal gaat dat de bovenste kamer van goud was. Daar leefde een zevenkoppige slang waardoor het gebied voor iedereen verboden was. De koning wilde hieraan geen gehoor geven en bezocht de bovenkamer toch. Dar trof hij in plaats van de slang een beeldschone vrouw. Hij bezocht haar daarna regelmatig en beloofde haar trouw. Als hij die zou breken zou hij ongelukkig worden. Wat hij niet wist is dat de slang zich had vermomd als de vrouw.  Om aan alles een eind te maken, besloot de koning de vrouw te doden zodat zijn belofte ook geen waarde meer had. Toen hij de vrouw met zijn zwaard doodstak werd hij bedolven onder het bloed van de slang. Hij kreeg lepra en stierf kort daarna. Dit soort verhalen kunnen over elke tempel verteld worden.

 

We vervolgden onze weg naar het Olifantenterras en het terras van de Leper King. Daar waren drie terrassen gebouwd vanaf waar de koninklijke familie met zijn gasten naar de olifantenraces en andere voostellingen konen kijken. De wanden waren weer zeer rijk gedecoreerd. Zo was er een driekoppige olifant die in zijn slurf lotusbloemen droeg. De koning wilde zo uitdrukking geven aan verdraagzaamheid tussen het Hindoeïsme en het Boeddhisme.

 

 

We stapten weer in de tuk-tuk en reden in de richting van Ta Prohm. Onderweg hebben we Ta Keo nog gezocht. Deze was nu weer bereikbaar. Gedurende de regentijd hadden de wegen en omliggende jungle onder water gestaan. Ook hier klommen we via steile trappen naar boven. Voor de eerste verdieping was er een houten trap. De volgende twee trappen naar de top waren de originele stenen trappen. Deze waren erg ongelijk en smal.

 

 

 

We kwamen wij Ta Prohm. Deze tempel is bekend door de bomen die dwars door zijn stenen zijn heen gegroeid. Deze bomen worden Spung genoemd. De wortels boren zich een weg door de stenen heen. Men heeft de tempel weer gedeeltelijk gerestaureerd maar enkele dikke wortels zijn achter gebleven. In tegenstelling tot de voorgaande tempels zijn er hier geen gezichten. De tempel was opdragen aan de moeder van de koning en is gebouwd als Boeddhistische tempel. Hier zijn echter de Boeddha afbeeldingen vervangen door de man en vrouw afbeeldingen van het Hindoeïsme.

 

 

 

 

 

Na de lunch reden we naar Angkor Wat. Deze bekendste tempel is ook omgeven door een brede gracht van 1300 bij 1500 meter.  Als enige tempel in het complex is hij op het westen gericht. Daaruit wordt afgeleid dat de koning hem eigenlijk als mausoleum bedoeld heeft. De toegang is een brede weg van 250 meter over de gracht. Je komt dan bij vijf ingangen. De middelste mocht alleen gebruikt worden door de koninklijke familie. De twee er naast door hoogwaardigheden en de buitenste twee door het gewone volk. De weg was vroeger ook weer omzoomd door een slang, maar die heeft de tand des tijds niet overleefd en is verdwenen. In een van de ingangen staat een levensgroot beeld van Vishnu. In Angkor wat lopen diverse religies door elkaar.

 

Na de ingang kwamen we op het binnen terrein. Daar stonden twee bibliotheken en uiteraard het hoofgebouw met zijn vijf torens. Helaas stond een gedeelte in de steigers. Dat was met groen zeil afgedekt voor de zon. Via brede verhoogde weg van 250 meter kwamen we bij het hoofdgebouw.

 

In de gangen waren reliëfs aangebracht van Hindoe legende. De gids vertelde vier van deze verhalen en gaf de uitleg bij de tekeningen die we zagen. Hierdoor kregen de reliëfs nog meer betekenis en konden we ook dingen herkennen.

 

 

Angkor Wat is een tempel die grotendeels gerestaureerd is. Hierdoor zijn de oorspronkelijke gangen weer hersteld. In deze gangen stonden Boeddha beelden. Allemaal waren zij onthoofd. Via het gangenstelsel kwamen we aan de achterzijde van de tempel. Daar was een steile houten trap naar de top van de tempel. We moesten hier onze schouders bedekken als eerbetoon. Na het beklimmen van de trap kwamen we bij de vijf torens uit. Vanaf hier hadden we een schitterend uitzicht over het gebied rond Angkor Wat. Aan de dichtheid van de jungle kun je wel voorstellen dat deze alles overwoekerd heeft in de periode van bijna 7 eeuwen toen de tempels niet meer gebruikt werden.

 

 

 

Na het indrukwekkende bezoek zijn we naar Phnom Bakheng gereden. Deze tempel ligt boven op een berg. We liepen het steile pad op naar boven . We liepen hier dwars door de dichte jungle. De cicaden maakten een oorverdovend lawaai. De gids vertelde dat het in de paringstijd rond april nog erger was. We kwamen boven aan. Deze tempel is niet zo bijzonder maar het uitzicht is fraai. We konden Angkor wat, Siem Reap en het Tonle Sap meer zien liggen. We kwamen hier voor een fraaie zonsondergang, maar helaas begon het na een stralend blauwe dag steeds bewolkter te raken. Het werd op de tempel steeds drukker. Maar het wachten werd beloond. Op het moment dat de zon ondergang was hij toch nog even zichtbaar aan de horizon en er waren slechts enkele wolkjes die hem hinderde.

 

In het schemerdonker zijn we weer naar beneden gewandeld om met de tuk tuk naar ons hotel te worden gebracht. Na een douche hebben we weer in het gezellige centrum gedineerd.  

Van Phnom Penh naar Siem Reap

Donderdag, 15 december 2011, zonnig, 31

 

Even na achten werden we door een nieuwe chauffeur opgehaald. Van de gids wisten we al dat deze meneer geen enkel woord Engels sprak. We reden door een redelijke ochtendspits Phnom Penh uit. We staken de Mekong rivier over en reden richting het noorden. De weg werd al snel erg slecht. Hij was vol gaten en kuilen en op sommige plaatsen was er helemaal geen asfalt.

 

 

Er waren grote vlakten met rijstvelden. De woningen waren houten paalwoningen. Omdat de Mekong elk jaar ver buiten zijn oevers treedt wonen de mensen eigenlijk op de tweede verdieping. In de droge periode wordt de onderste verdieping gebruikt om in de schaduw in de hangmat te hangen, te spelen door de kinderen of het gewoonlijke huishoudelijke werk te verrichten.

 

Toen we verder naar het noorden reden werd de omgeving steeds armoediger. Er waren nu eigenlijk alleen nog maar hutjes. Deze hebben geen elektriciteit. De mensen wasten zich buiten door water over zich heen te gieten. In de dorpjes was de fietshandelaar groter dan de verkoper van brommertjes. Op de vrachtauto’s zaten de mensen gewoon boven op de vracht. Zij reden mee om deze ter plaatse weer te lossen.

 

 

De plaatselijk bus zat afgeladen vol. We zagen zelfs een bus waar achter twee brommers met touw waren vastgebonden. De kinderen fietsen in grote aantallen in hun schooluniform naar school.  Het favoriete vervoermiddel was verder een kar getrokken door witte koeien of een paard.

 

 

De koeien zijn broodmager en worden ook gebruikt om het land met de ploeg te bewerken. Het is hier tropisch warm, dus konden we de rijstvelden weer in alle kleuren zien. Sommige gedeelten waren net ingezaaid, andere waren al groen en op de volgende waren vrouwen in een rij bezig om met een sikkel de rijst te snijden.

Bij een stop onderweg kon men gefrituurde spinnen eten. Dat hebben we toch maar niet aangedurfd.

 

Na ongeveer 3 uur, we hadden toen pas 90 kilometer afgelegd werd de weg een stuk beter en konden we wat meer doorrijden. Na ruim vijf uur zette de chauffeur ons af bij ons hotel in Siem Reap.  Cambodja is echt nog een ontwikkelingsland. Je kunt de reisafstand beter in uren aangeven want kilometers zeggen hier niet zo veel als je naar de toestand van de wegen kijkt. In de regenperiode is het nog moelijker begaanbaar.

 

Na de incheck werden we door de lokale gids aangesproken. Hij heeft het programma van de laatste dagen van de reis met ons doorgenomen.

We zijn het stadje ingelopen om te gaan lunchen. Het was lekker warm zonder de vochtigheid die we vaak in andere landen rond de evenaar gevoeld hebben. In de middag hebben we even gezwommen. Omdat het zwembad van het hotel in de schaduw lag hebben we op de vierde verdieping een privé zonnedak gemaakt door daar twee stoelen naar toe te slepen. Zo konden we toch nog even genieten van de zon voordat hij achter het gebouw onder ging.

’s Avonds zijn we naar het centrum gelopen. Daar bleken diverse night markets te zijn waar allerlei souvenirs werden aangeboden. De paden waren verrassend breed en erg schoon. Het was duidelijk dat hier alleen toeristen komen. De prijzen zijn nog lager dan in Vietnam.

We hebben gegeten bij een tijdelijk restaurantje aan de straat. We hebben daar Cambodjaans gebarbecued. We kregen een kookstel op tafel met een ronde schaal die in het midden opliep. In de buitenste rand werd water gedaan. Daarin konden we de groente koken. Op het middengedeelte konden we het vlees en de vis bakken. In het begin was het even wennen maar daarna smaakte het prima. Hierna hebben we nog een paar markten bezocht waarna we het hotel weer opzochten.

 

phnom Penh

Woensdag, 14 december 2011, zonnig, 29

 

Na het ontbijt werden we verwelkomd door onze vrouwelijke gids en de chauffeur van de tuk-tuk waarmee we vandaag op pad gingen. We moesten eerst onze kleding aanpassen want voor een bezoek aan het koninklijke paleis moesten de schouders bedekt zijn. We reden naar het paleis. Dat bestaat uit verschillende gebouwen. Niet alle gebouwen zijn toegankelijk voor het publiek. De privé ruimten mogen buitenstaanders nooit zien. Vlak bij de ingang stond een boom die elke dag nieuwe bloemen produceert om ze tegen de avond weer te laten vallen.

 

We kwamen op het grote middenterrein  uit. Daar zijn vier poorten. De ene poort gebruikt de koning als hij naar het paleis aan de oever gaat om naar de bootraces te kijken. De andere wordt alleen gebruikt als hij komt te overlijden. Via die poort zal hij dan zijn laatste reis maken. De andere 2 zijn gewone ingangen.

 

We liepen eerst naar het dominantste gebouw. Als toegang tot dit paleis ligt een brede trap met aan beide zijde een zevenkoppige slang. Het dak van het gebouw wordt door een soort bewakers met vleugels gedragen waardoor het gebouw lijkt te vliegen.

 

Dit deel van het paleis is de troningszaal. Het was prachtig bewerkt. In het midden lag een handgeknoopt tapijt dat daarna in het marmer van de zijpaden door liep. Er stonden drie grote drums. Een voor het aanroepen van de regen, een van het aanroepen van vruchtbaarheid en een soort gong die gebruikt wordt om voor de koning te bidden. In het midden stond een grote gouden troon. Er waren prachtige kroonluchters en het plafond was helemaal beschilderd met moedige verhalen van vroegere krijgsheren. Ook was er een gouden beeld van de huidige koning. Als eerbetoon moet je hier op je blote voeten lopen en is het maken van foto’s strikt verboden.

 

In het naast gelegen gebouw mochten we wel kijken naar de kostuums en gebruiksvoorwerpen van de hofhouding. Deze hebben voor elke dag van de week een andere kleur. Ook was er een gouden kostuum van het koninklijke paar te zien.

 

 

We liepen door naar een volgend terrein. Om daar te komen, gingen we door een poort.

 

 

Aan de binnenkant van de omheining was een grote muurschildering gemaakt van het hindoe verhaal over de liefde van een prins en een prinses met de bijbehorende oorlogen en lieflijkheden. Op het terrein stonden drie stupa’s. Eentje was er voor het vierjarige dochtertje van de koning. In de andere lagen vorige vorsten begraven. Het hoofdgebouw wordt zilveren paleis genoemd. Dit komt omdat de vloer van zilver is. De gehele vloer is belegd met een laag zilver. In het midden stond een jadekleurige Boeddha. Daarom heen stonden enkele gouden boeddha’s. De groene Boeddha was niet echt. Het origineel is in het verleden gestolen en staat nu in Thailand. Voor de Boeddha’s stond een levensgrote gouden afbeelding van een koningin met in haar hart, hoofd en handen grote diamanten. Langs de zijkant van het paleis stonden vitrines met gouden en zilveren beeldjes van goden.

 

 

We verlieten dit terrein om in het olifantengebied te komen. Vroeger stonden hier de koninklijke olifanten. Buiten het paleis verplaatste de koninklijke familie zich uitsluitend per olifant. Er waren dus allerlei soorten draagstoelen om deze ritjes zo comfortabel mogelijk te maken.

We verlieten het paleis en reden met onze tuk-tuk naar de Wat Phnom. Deze tempel ligt vlak bij de haven op een heuvel. Voor de heuvel staat een boom waarin vliegende honden leven. Elke avond vliegen deze uit.

 

In de 14e eeuw heeft Lady Penh boven op de heuvel een tempel opgericht. Later is zij daar zelf begraven en zo haar naam aan deze stad gegeven. Zowel de Lady als Boeddha worden hier dan ook aanbeden. Dat gebeurt met veel wierook en voedsel als offergave.

  

 

 

Na het bezoek aan de Wat reden we naar een stuk zwarte geschiedenis van Cambodja. In de periode 1976 – 1979 heeft de Rode Khmer onder aanvoering van Pol Pot een zwaar schrikbewind gevoerd. In deze periode hebben naar schatting 1,5 tot 2 miljoen Cambodjanen de dood gevonden. Iedereen kon zonder reden worde opgepakt en worden opgesloten in een van de vele gevangenissen die er in het land waren gemaakt. Hiervoor werden vaak schoolgebouwen gebruikt.

 

In de klaslokalen werden dan kleine cellen gemetseld waaraan de gevangenen werden vast geketend.  Iedereen werd op de foto gezet. In de gevangenis werden de mensen op gruwelijke wijze gemarteld. Zo werden nagels uitgetrokken en de handen en voeten daarna overgoten met alcohol.

 

Er werden schorpioenen onder de huid aangebracht. Er was een vorm van waterboarding. Ook werden gevangen op de kop opgehangen. Als je niet belangrijk genoeg was, werd je meteen vermoord. We hebben de gevangenis in Phnom Penh gezocht. Deze heette Tuol Sleng en stond bekend als S-21. We begonnen heel rustig met kamers waar een eenpersoonsbed in stond. Deze waren gebruikt voor de belangrijke invloedrijke mensen. Hierna kwamen we uit bij de ruimten voor de minder gelukkigen. Deze kregen een celletje waarin je amper kon liggen. Op de bovenverdieping waren geen aparte ruimten meer. Hier werden de mensen gewoon aan elkaar vastgemaakt met stalen kettingen.

 

 

Er waren hier zowel mannen, vrouwen als kinderen. Als een lid van een gezin werd opgepakt, werd vaak het complete gezin daarna uitgeroeid. Overal stonden foto’s van mensen die hier vermoord zijn. Op grote borden waren hun pasfoto’s te zien. Ook waren er foto’s te zien van de gemartelde lichamen. Slechts 7 mensen hebben uiteindelijk de verschrikking overleefd. Bij de bevrijding in 1979 werden de laatste gevangenen nog terplekke doodgeschoten. Deze zijn nu op het binnenterrein begraven. In eerste instantie werden de doden begraven op een terrein dat grensde aan de gevangenis. Dat was echter al snel te klein. Daarom werd een nieuw terrein gevonden op zo’n 15 kilometer van de stad, de zogenaamde Killing Fields. Hier zijn door het regime 8.955 mensen vermoord en in massagraven gestopt. In totaal zijn er 166 massagraven gevonden. Het terrein is nu een museum als eerbetoon aan de slachtoffers. Toen men in 1979 de gruwelijke ontdekking deed van de massagraven is men begonnen om alle resten te verzamelen. Door forensisch experts zijn alle schedels en botten in verschillende klassen ingedeeld. Mannen, vrouwen en kinderen en daarna geschikt op geschatte leeftijd. In 1980 heeft men besloten om een soort pagode te bouwen om daarin de resten te bewaren.

 

Het is een toren geworden met 17 verdiepingen. Op de onderste liggen de weinige kledingstukken die zijn gevonden. Op de 2e tot en met de 9e liggen alleen maar schedels. Op de verdiepingen daarboven de overige botten. Deze zijn voor het publiek niet meer zichtbaar. De toren is tot de 10 verdieping van glas. Daarbinnen staat een tweede glazen toren zodat van buiten de schedels goed zichtbaar zijn.

 

 

 

De gaten van de massagraven zijn nog steeds goed zichtbaar. Ook komt er door de regenperiode steeds weer nieuw materiaal aan de oppervlakte. Zo waren er tanden en stukje bot te zien.

 

 

Het was erg macaber om hier over heen te lopen. Onze gids heeft deze verschrikkelijke periode als jong meisje meegemaakt en heeft het er soms nog moeilijk mee om hier over te praten.

We kregen in het bijbehorende museum een video te zien van de gruwelijkheden en het ontstaan van de Killing Fields of  Choenung EK Genocidal Centre zoals de Cambodjanen het noemen. Een stuk geschiedenis waar we erg stil van werden en dat zeker niet in de kouwe kleren ging zitten. Het blijft moeilijk voor te stellen dat dit alles nog maar 33 jaar geleden heeft plaats gevonden.

We reden met onze tuk-tuk weer terug naar de stad.

 

Door het regenseizoen was de weg erg slecht geworden. Daar reden nu vrachtauto’s met zand af en aan om de zaak te herstellen. Dat gaf een enorme stofboel. We snappen nu waarop veel mensen hier een mondkapje dragen want het was echt stofhappen achter in ons open rijtuig. We reden naar de Russische markt. Ook hier worden weer allerlei waren te koop aangeboden.

 

Daarna namen we afscheid van de gids en tuk-tuk chauffeur. We hebben nog een wandeling door de stad gemaakt om te gaan dineren in het restaurant dat de gids had aangeraden voor de lunch. Ook de Cambodjaanse keuken is erg lekker en verschilt tot nu toe nauwelijks van de Vietnamese variant .

 

Met de boot naar Phnom Penh

Dinsdag, 13 december 2011, half bewolkt, 29

 

Op half acht stapten we op de speedboot die ons in ruim 5 uur naar Phnom Penh zou brengen. De boot was geheel vol met 20 passagiers. Na een half uurtje werd een eerste stop gemaakt bij de Vietnamese kant van de grens. Wij hadden onze paspoorten samen de ingevulde grensdocumenten af moeten geven zodat het visum geregeld kon worden. Na een oponthoud van een 20 minuten vertrokken we weer om vijf minuten later bij de Cambodjaanse grens een tweede stop te maken. Hier kregen we onze paspoorten weer terug voorzien van het visum en de nodige stempels. Hierna zette de boot koers naar Phnom Penh.  De Mekong rivier is hier heel breed. We voeren langs de ene oever en konden vaak de overkant niet zien. De bebouwing die we zagen waren niet meer dan hutjes.

 

In de dorpjes was vaak de tempel het enige stenen gebouw. Onderweg zagen we dat aan een kant van de Mekong rivier een steile wand was gegraven waarschijnlijk om het hoge water tegen te houden. Net na half twee kwam Phnom Penh in zicht. We voeren nog langs de hutjes en konden de wolkenkrabbers van de stad al zien. We voeren langs enkele tempels en het paleis voordat we aanmeerden. Daar stond een nieuwe chauffeur ons al op te wachten. Hij bracht ons naar het hotel. Het verkeer is hier aangenaam rustig. Vergelijken met de steden in Vietnam doet deze stad dorps aan.

 

We checkten in. Een gids kwam ons uitleg geven over het programma van de komende dagen en gaf wat nuttige tips voor het bezoek aan de stad. Alle prijzen zijn hier in US dollars. Zelfs uit de pinautomaten komen dollars. De Riel, zoals de Cambodjaanse munt heet, wordt amper gebruikt.  We hebben eerst geluncht. Daarna hebben we de stad verkend. Phnom Penh heeft een relatief klein centrum. De hoofwegen zijn opvalllend schoon. Pas in de zijstraatjes ligt de rommel weer op straat en zijn de werkplaatsjes te vinden, die we inmiddels zo gewoon vinden. Er rijden er veel opvallend dure nieuwe auto’s rond. Het aantal brommertjes is laag en er wordt voorzichtig gereden. Als je oversteekt stop men voor je. We hebben het Independence Monument bezocht. Dat staat midden op een rotonde. Je mag er niet in. Daarna zijn we naar de Phsar Thmey gelopen. Dat is een grote overdekte markt. Daar kun je van alles kopen, van kleding tot nagemaakte elektronica producten, sieraden en horloges. Morgen gaan we met de gids de Russische variant hiervan bekijken. Hij gaf aan dat daar de prijzen nog gunstiger zijn.

 

We zijn naar de rivier gelopen. Daar is een kilometers lange brede boulevard aangelegd. Hier hebben we gedineerd. Aan de boulevard verschenen groepen mensen die op muziek ritmisch met bewegingstherapie bezig waren. De groep vlak bij onze tafel was al meer dan een uur bezig. We hebben nog een rondje door de stad gemaakt en zagen op andere pleinen ook van dit soort groepen.  

Mekong delta

 

 Zondag, 11 december 2011, zonnig, 32

 

Na het ontbijt werden we opgewacht door onze chauffeur en een nieuwe gids. We reden via de nieuwe highway Saigon uit. Het was rustig omdat het zondag was en veel mensen dan toch vrij zijn. Net buiten Ho Chi Minh reden we een hagelnieuwe weg op. Deze was net opgeleverd en had een vermogen gekost. Na de eerste zware regenbui waren er echter de nodige gaten in het wegdek gevallen. De weg werd daarom op veel plaatsen al weer gerepareerd. De weg was nu vrij maar volgend jaar gaat er tol geheven worden. De verwachting is dat er dan alleen nog toeristen rijden omdat de Vietnamezen de kosten niet willen betalen en gewoon de drukkere hoofdweg nemen die wel gratis blijft.

We reden door enorme rijstvelden. Men kan hier drie keer paar jaar oogsten. De grond is zo vruchtbaar dat de rijst gezaaid kan worden in plaats van plantje voor plantje gepoot te worden. Er zijn ook machines ontwikkeld om de rijst te oogsten. Hiermee zal het met sikkel afsnijden van de rijst tot het verleden gaan behoren. In dit gebied waren er ook weer grote tegenstellingen. De ene boer liep nog met zijn buffalo's terwijl een paar velden verderop de nieuwste machines bezig waren.

We reden nu de Mekong delta in. Hier wonen ongeveer 19 miljoen mensen.

We verlieten de freeway en kwamen bij de Saigon rivier uit. Daar stapten we over op een bootje.

 

We voeren eerst naar een dorpje waar een hele familie bezig was om van kokosnoten heerlijke snoepjes te maken. Ook werd er rijstcorn gemaakt. Dat lijkt erg op popcorn maar er worden rijstkorrels als basis gebruikt.

 

Hierna voeren we de Saigon rivier op. Deze is hier ruim twee kilometer breed. Er is een verschil in getij van bijna 2 meter. Dat wordt door de vissers gebruikt om vlak bij de oever visvallen te maken. Bij hoogtij zwemt de vis er in en als het water gaat zakken kan hij niet meer terug.

 

We staken de rivier over. In het midden wordt veel zand gebaggerd. Dat wordt verkocht aan heel zuid Azië. Aan de overkant voeren we een smalle zijrivier in. De woningen aan de kant zijn alleen per boot of over het pad langs de oever met fiets of bromfiets te bereiken. Er heerst hier nog een enorme rust.

 

Na een tijdje meerden we aan en kwamen we bij een groot herenhuis in Franse stijl uit. Daar kregen we een optreden van vier heren en twee dames. Drie van de heren bespeelden snaarinstrumenten, die de anderen zongen hierbij.

 

Toen we terug kwamen bij de boot, bleek dat deze inmiddels was doorgevaren. Zijn doorgang was te laag nu het waterpeil nog verder gedaald was. We werd nu een stuk per roeiboot vervoerd.

 

 

Een paar kilometer verderop lag onze boot op ons te wachten. Nadat we waren overstapt, werden we naar onze homestay gebracht. Daar kregen we een kamer op de eerste verdieping met een opmerkelijk hoog bed.

Na de lunch hebben we een tijdje heerlijk in de tuin van de homestay in het zonnetje gezeten.

Om half vier zijn we op de fiets gestapt. De voertuigen waarop we zouden rijden hadden hun beste tijd gehad. Ze stonden in de laagste stand, zachte banden en nauwelijks remmen.

 

We reden over een zandpad langs de oever van de zijrivier. Even verderop reden we een verharde weg op. Na een bruggetje kwamen we weer op een smal pad uit dat langs een riviertje slingerde. We reden zo vlak langs de huisjes en hutjes. Er waren veel vertakkingen van de rivier. Steeds als we die over moesten was er een boogvormig bruggetje. Inhalen en tegemoetkomend verkeer ging maar net. We maakten zo een mooie tocht door het gebied. Bijna op het eind reed Carla een lekke band maar dat mocht de pret niet drukken. Kijk bij video's voor een filmpje.

Hierna hebben we lekker in een hangmat uitgerust van de inspanning.

Na een warme douche gingen we de keuken in. We hebben daar gefrituurde springrols gemaakt. Daarvoor moesten we een mengeling van groenten en vlees op rijstpapier leggen en deze strak oprollen. Daarna werden ze een kleine tien minuten in oliegebakken. Hierna gingen we aan tafel. Naast de springrols kregen we een olifantenvis te eten.

 

Zoals we inmiddels gewend zijn, smaakten het prima. Er waren nog twee gasten in het guesthouse. Dat waren twee Nederlandse meiden die net aan hun avontuur begonnen. We hebben een tijdje gezellig zitten kletsen waarna het bedtijd werd.

 

Maandag, 12 december 2011 , zonnig, 32

 

Om half vier werden we wakker van een omroepinstallatie. De gids vertelde dat daar elke ochtend het propaganda nieuws wordt voorgelezen. De mensen hier gebruiken het ook als wekker want er was daarna een behoorlijke bedrijvigheid van voorbij varende boten. De schroefpropeller die de boten aandrijft lijkt soms wel om een helikopter.

Na het ontbijt voeren we eerst naar een fruittuin. In deze tuin van bijna 2 ha werden allerlei soorten fruitbomen geteeld. Zo waren er kokosnoten , mangos en Jack fruits

 

We voeren de zijrivier uit en staken de Saigon rivier weer over om aan te meren bij een steenfabriek.

 

Hier werden de stenen gebakken voor de huizenbouw. De klei komt uit de rivier. Deze wordt de mallen gevormd waarna ze een paar weken in de zon liggen te drogen. Daarna worden ze opgestapeld in een grote korfvormige oven. Dat wordt allemaal door een gezin gedaan die per oven betaald worden. Als de gedroogde kleivormen zijn opgestapeld wordt de oven aangestoken. Als brandstof wordt afgekeurde rijst gebruikt.

 

Deze wordt voor een habbekrats opgekocht en zorgt voor een constante temperatuur in de oven. Na 72 uur worden de stenen weer uit de oven gehaald. Ook dat is weer allemaal handwerk. De stenen zijn nu klaar voor de verkoop. De as wordt weer aan de boeren terug verkocht om als mest te dienen.

 

We voeren door tot in Vingh Long. Daar stond de chauffeur ons op te wachten. We reden nu verder in westelijke richting de Mekong delta in. Overal waren riviertjes en kanaaltjes. We staken met een ferryboot een breder gedeelte over. Er is al wel een planning gemaakt voor een brug maar dat is stil komen te liggen nadat een andere in aanbouw zijnde brug is ingestort. Uit het onderzoek bleek dat het ongeluk, waarbij 200 doden vielen, was veroorzaakt door gerommel met de materialen. Het oorspronkelijke Japanse staal was verkocht en vervangen door oud spul uit Vietnam. Hierdoor was het draagvermogen onvoldoende en knalde de brug nog tijdens de bouw in elkaar.

We reden nu door Long Xuyen. Dat is een grote stad. Er zijn hier fietsen met daarachter een soort aanhangwagentje waarop weer van alles vervoerd wordt.

 

We reden verder langs de rivier. Er waren opvallend weinig auto's. De hutjes waren weer terug en zelfs een enkele karren getrokken door twee buffalo's. Op sommige plaatsen was nog te zien hoe hoog het water tijdens de laatste overstromingen heeft gestaan.

We reden Chau Doc binnen om even later in ons hotel in te checken. We hebben op de lokale markt geluncht omdat we geen restaurant konden vinden. De rest van de middag hebben we lekker genietend van het zonnetje doorgebracht, waarna we nog een frisse duik in het zwembad namen.

 

 

Hierna zijn we het stadje nog even ingelopen en hebben we een bezoek gebracht aan een boeddhistische tempel. ’s Avonds hebben op een boot op de Mekong rivier gedineerd.

 

 Hiermee nemen we afscheid van Vietnam want morgen varen we naar Cambodja.

Cu Chi tunnels en Cao Dai

Zaterdag, 10 december 2011, zonnig, 30

 

We werden door een nieuwe chauffeur opgehaald om naar het noordwesten te gaan. Nadat we ons door de drukke ochtendspits hadden heen geworsteld, kwamen we eerst in een vlak gebied met rijstvelden uit. Hierna reden we door een afwisselend gebied. De chauffeur koos kleine smalle weggetjes zodat we veel van de lokale bevolking kregen te zien. De mensen zijn hier wat grover dan in het noorden. Ze hebben een breder gezicht en zijn wat molliger. Ook hier staan de mooiste huizen naast schamele hutjes, die soms van leem zijn opgetrokken. Er is hier een dikke kleilaag. Deze kleilaag is ook de reden waarom wij hierna toe reden. Door de dikke stevige klei was men namelijk in staat om een tunnelsysteem onder het dorp Cu Chi te graven tijdens de Vietnam oorlog. We bezochten het museum dat voor deze tunnels is aangelegd. We werden welkom geheten en werden naar een half ingegraven ruimte gebracht. Daar werd eerst aan de hand van een kaart en een maquette uitleg gegeven over het ontstaan van de tunnels. In de periode van 1960 tot 1975 hebben de inwoners van dit gebied veel weerstand geboden aan de Amerikanen. De mensen hadden echter niets behalve hun handen, gezond verstand en de dingen die de natuur hen gaf. Het verzet was zo hevig dat het een prestige strijd werd met het grote Amerika, dat een klein dorp er niet onder kon krijgen. Het dorp werd met napalm en chemische bommen bestookt vanuit de lucht. Hierna besloten de strijders om zich in te graven. Hierbij werd een heel tunnelstelsel gebouwd, waarin alle voorzieningen die nodig waren om te overleven aanwezig waren. Er waren speciale kamers waar de vrouwen en kinderen veilig konden verblijven. Er waren keukens, slaapplaatsen en zelfs een hospitaal. Het stelsel bevatte drie lagen. De tunnels waren zo smal gemaakt dat de kleinere Vietnamezen er net door konden maar de grotere Amerikanen kwamen vast te zitten. Op verschillende plaatsen waren boobytraps aangebracht.

 

Alle toegangen waren afgedekt en in de jungle nauwelijks te ontdekken. Overal waren luchtschachten aangebracht voor frisse lucht. De uitgangen hiervan werden ingesmeerd met soja, knoflook en andere kruiden zodat de speurhonden van de Amerikanen er niet op aan sloegen. Op het hoogtepunt waren er tussen de 8000 en 10000 mensen in de tunnels. Zelfs toen er met tanks over de tunnels gereden werd, hield de klei het zodat de tunnels niet ontdekt werden. Ten einde raad werden op het gebied zware bommen uit B52 bommenwerpers losgelaten. Deze vernielden een klein gedeelte maar kon hersteld worden. In de loop der jaren werd steeds meer materiaal dat de Amerikanen achter lieten recyclet tot allerlei soorten wapens waarbij ze dan weer ten strijden trokken.

Na de uitleg kregen een promotiefilm in zwart wit te zien. Daarna werden we door een lokale gids langs alle bezienswaardigheden geleid. We kregen de verschillende soorten vallen te zien, de ingangen en hoe snel deze onzichtbaar gemaakt konden worden. Op een schietbaan mocht je diverse wapens uit proberen.

Vervolgens kwamen we bij de tunnels uit. De gids vertelde er wel bij dat deze waren verbreed om de toeristen er ook door heen te kunnen laten kruipen. We hebben een kleine 40 meter door zo’n tunnel gekropen.

 

 

Deze was nu nog spaarzaam verlicht en het was al een beangstigend gevoel. De originele diepere en smallere tunnels waren allemaal helemaal donker. Ook de eetkamer en keuken waren te zien. Het water werd van ruim 500 meter uit de grond gehaald omdat het water van de nabij gelegen Saigon rivier vergiftigd was. Daar was wel een ontsnappingsroute naar toe gemaakt. Hierdoor liepen sommige lagere tunnels bij hoogwater onder water. Het dorp was geheel selfsupporting. Dat betekende dus dat men voor hun eigen voedsel zorgde door s nachts op de rijstvelden te werken. Van de rijst werd uiteraard veel gemaakt. Verder was er een naaiatelier. De schoenen werden gemaakt van oude autobanden.

 

 

Het geheel zag er erg indrukkend uit en gaf een prima beeld hoe het leven in de tunnels geweest moet zijn. Het was terecht dat men erg trots is op het feit dat de Amerikanen er nooit in zijn geslaagd om de tunnels te veroveren.

Na de tunnels reden we naar Tay Ninh. De route voerde weer door eindeloze rubberboomplantages. In Tay Ninh is de tempel van de Cao Dai. Cao Dai is een van de godsdiensten in Vietnam. Zij geloven in de goddelijk geesten die zich openbaren aan de priesters tijdens de seances. Als symbool hebben zij het alziend oog. In de tempel die wij bezochten wordt vier keer per dag een plechtigheid gehouden.

 

 

We mochten die van 12.00 uur bijwonen. Hiervoor was boven een pad gemaakt waar de toeristen plaats konden nemen. In de enorme tempel staat helemaal vooraan een soort altaar met enkele grote stoelen.

 

Deze werden tijdens de plechtigheid alleen aan de zijkanten gebruikt. Daar stonden klokken waarop met tussen pauzes werd geslagen. De gelovigen zaten in drie secties in de tempel. Het dicht bij het altaar zaten twee priesters in het rood met het alziend oog op hun rug. Een stuk daar achter zaten priesters in rood, wit, geel en blauw. Daar achter zaten in strakke rijen in het wit de overige gelovigen. Mannen en vrouwen gescheiden van elkaar. Op de klokslagen voerden alle gelovigen  bewegingen uit waarna zij weer in gebed verzonken. Na een klein half uur was de sessie voorbij en liep iedereen weer naar buiten. Al die tijd was het gebied rond de tempel volledig afgesloten. Er mocht geen verkeer komen en de tempel mocht je alleen op blote voeten betreden.

 

 

Na de lunch zijn we teruggereden naar Ho Chi Minh. De chauffeur bood ons desgevraagd aan om een bezoek te brengen aan Cholon, zoals de Chinese wijk heet. De wijk heeft veel kleine straatjes waar allerlei waren verhandeld wordt. Zo was er een straat met alleen maar lappen stof. We reden eerst naar de Thien Hau-pagode. Deze tempel is rijk versierd. Binnen staan overval wierookvaten. Vlak voor het hoofdaltaar is een aparte ruimte. Daar worden spiraalvormige wierookbranders opgehangen waaraan je een wens of gedachte kunt achter laten. We hebben er eentje op laten hangen voor papa.

 

 

Hierna werden we naar de Chinese markt gebracht. Hier werden we horendol. Via hele smalle gangetjes moest je je weg zien te vinden. We hebben hier even rondgekeken en weden daarna weer naar ons hotel gebracht.

 

In de avonduren hebben het centrum nog een keer bezocht. Het heeft toch wel zijn charme.

Volgende pagina »

Laatste foto's

Laatste foto's
Laatste foto's
Laatste foto's
Laatste foto's
Laatste foto's
Laatste dag Siem Reap

Laatste reacties

Meer reacties

Blijf op de hoogte!

Laat je e-mail achter en ik stuur je een mailtje als ik een nieuw verhaal of nieuwe foto's op de site heb gezet.

E-mail adres: